Voor mijn eindexamen heb ik een korte film gemaakt over een verlaten suikerplantage in Suriname. Ik zou voor mijn laatste stage bij het Surinaamse Jeugdjournaal vier maanden in dit land verblijven en dat leek mij een mooi moment om mijn laatste filmpje voor de School voor Journalistiek hier te maken. Het land is schitterend met zijn oerwoud en heeft iets heel mysterieus over zich. Ik heb lang gezocht naar een onderwerp dat ik interessant vond, en dat Nederlanders aan zou spreken. Ik wilde een filmpje maken voor Hollandse kinderen, zodat zij meer zouden leren over dat verre tropische land, behalve dat er veel donkere mensen wonen en ze roti eten. Suriname heeft enorm veel verhalen en geschiedenis, en ik zag er voor mijn afstuderen een mooie taak in om een van die verhalen boven water te krijgen.

Suikerplantage Marienburg was een lastig onderwerp omdat veel Surinamers bang zijn over deze verlaten plek te spreken. Door het verwilderde oerwoud duurt het ook ruim twee uur voordat je er uberhaupt bent. Op Marienburg zelf is het verlaten, en hangt er een naargeestige sfeer van vergane glorie. Nooit eerder was hier een camera, nooit eerder zijn de gidsen en bewoners geinterviewd. De ‘paiman’ is tijdens mijn vele bezoeken aan de fabriek altijd duidelijk voelbaar geweest. En toen mijn vijf tapes bij het monteren ineens aan elkaar geplakt en dus onbruikbaar bleken te zijn, geloofde ik haast bijna dat de geesten het nu ook op mij hadden voorzien. Na nog wat flinke hobbels op de weg, is alles toch nog goed gekomen en heb ik mijn film af kunnen maken.

Zie hieronder mijn afstudeerfilm over suikerplantage Marienburg in Suriname.

De meesterproef op de School voor Journalistiek is pas af als er ook een visie is geschreven.

Ik heb mijn stelling geformuleerd door in Suriname eens kritisch naar de journalistiek en de televisie te kijken. Het viel mij op dat het Jeugdjournaal het enige programma bleek dat kinderen op een duidelijke manier aanspreekt. Ik ben van mening dat televisie een erg mooi medium is om kinderen van alles bij te brengen, en ik vind het Nederlandse SchoolTV Weekjournaal een mooie formule. Ik denk dat Surinaamse kinderen zitten te springen om zo’n programma op de tv.

Hieronder ‘Aap, noot en Mischa’, de visie die ik hierover schreef.

Aap, noot en Mischa

Met het SchoolTV Weekjournaal naar de Surinaamse rimboe

Wie is eigenlijk de baas van de wereld? Wat is een president? Hoe kan het dat in Suriname het de ene maand heel hard en vaak regent en de andere maand het bloedheet is en er geen druppel regen valt? Kinderen zijn nieuwsgierig, erg nieuwsgierig. Dat heb ik gemerkt tijdens mijn stage bij het Surinaamse Jeugdjournaal. Kinderen worden daar zodra ze thuis zijn meteen voor de beeldbuis gezet. Er zijn ongeveer veertig zenders op de Surinaamse televisie – waarvan de helft Braziliaans – en maar een handjevol kinderprogramma’s die bijna uitsluitend cartoons aanbieden. Kinderen worden dus min of meer gedwongen om naar tekenfilms te kijken. Iets anders is er voor hen gewoon niet te zien op televisie. Journaals zijn altijd voor volwassenen. Bovendien wordt in het jeugdjournaal nieuws uit het buitenland of diepere achtergronden niet of nauwelijks behandeld. Het zou voor de educatie en oriëntatie van Surinaamse kinderen goed zijn als er betere en in ieder geval doelgroepgerichtere actualiteitenprogramma’s zouden zijn. Zoals in Nederland het SchoolTV Weekjournaal wekelijks een programma maakt dat door heel veel kinderen op bijna elke Nederlandse basisschool bekeken wordt. De onderwerpen zijn actueel en te behappen voor kinderen. Zo’n programma draagt mijns inziens erg bij aan de sociale ontwikkeling van kinderen, wat in Suriname hard nodig is. Ik pleit dus voor een SchoolTV Weekjournaal in Suriname.

Het SchoolTV Weekjournaal kiest elke week onderwerpen die actueel zijn en die kinderen boeiend vinden. Een vaste presentator zit live in de studio en praat daar met gasten en kondigt de filmpjes aan. Ook gaat hij elke week op reportage. Die reportages zijn in het hele land en de onderwerpen lopen uiteen van een training bij Ajax tot een windmolen in Zeeland. Ook zit er tijdens de live uitzendingen altijd een redacteur paraat die het laatste nieuws bijhoudt. Mocht er tijdens de uitzending belangrijk nieuws zijn, wordt dat doorgegeven aan de presentator en direct live gebracht. Wat ik de kracht van het programma vind, is dat ze achtergronden uitleggen. Een tsunami in Thailand? Wat is dat eigenlijk? Hoe kan het dat de zee ineens zo raar doet? Waar ligt Thailand eigenlijk precies? Liefst leggen ze met bewegende animaties op een makkelijke, maar duidelijke manier uit wat een tsunami precies inhoudt. Dus niet een simpel “dan stroomt de zee als het ware over” van een presentator in een kale studio. Het is televisie dus er moet beeld bij. Kinderen onthouden dingen ook veel beter als ze een beeld hebben om hun gedachten wat meer vorm te geven. Zoals Patti Valkenburg’s boek “Beeldschermkinderen” al duidelijk maakt; ‘…begrijpen kinderen meer dan volwassenen vaak denken. Als gesproken woord overeen komt met de beelden blijft het verhaal ook bij kleinere kinderen beter hangen dan enkel een audio verhaal’.

Het SchoolTV Weekjournaal heeft kinderen uit groep 7 en 8 van de basisschool als doelgroep. In die leeftijdscategorie willen kinderen van alles weten. ‘Wat is een aardbeving precies? Wat is verliefd zijn?’ In Suriname krijgen kinderen lang niet altijd antwoord op hun vragen. Voor hun algemene ontwikkeling zou het goed zijn als er een programma was met deze antwoorden. Ze leren dan op een makkelijke manier over (wereld)politiek, natuur, sociale verbanden. Ter vergelijking, in Nederland barst het van dit soort programma’s. Niet alleen SchoolTV Weekjournaal, maar ook Z@pp, Willem Wever en het Klokhuis zijn populaire kinderprogramma’s. Z@pp heeft zelfs als doelstelling louter tekenfilms uit te zenden met een onderliggende boodschap. Tekenfilms met een aggressieve toon zul je bij Z@pp niet zien.

Hollandse winters

Tijdens mijn vier maanden durende verblijf in Suriname heb ik gemerkt dat kinderen in Suriname heel anders worden behandeld dan in Nederland. Ze mogen geen vragen stellen, niet zeuren en nauwelijks spelen. Kinderen iets bijbrengen doet de juffrouw op school, niet de moeder thuis. De gezinnen waar ik in huis ben geweest hadden continu de televisie aanstaan en daar zaten de kinderen dan met z’n allen naar tekenfilms te kijken. De aangeboren nieuwsgierigheid die alle kinderen hebben, wordt in Suriname een beetje de kop ingedrukt. Ook op scholen houden leerkrachten streng vast aan het lesmateriaal. Dat lesmateriaal stamt vaak nog uit de jaren zeventig en is afkomstig uit Nederland, en in die ouderwetse lessen is er geen plaats voor een ‘televisiekwartiertje’. Zij leren op school dus weinig nieuws uit eigen land. De Surinaamse president Ronald Venetiaan kennen kinderen wel van naam, maar wat die man eigenlijk allemaal doet behalve lintjes doorknippen? Van president Bush en de oorlog in Irak heeft geen kind in Suriname gehoord. Juist vanaf een jaar of zes, zeven, willen kinderen steeds meer weten van de wereld om hen heen. Hoe leven kinderen in andere landen? Hebben ze daar ook scholen? Of slangen op het schoolplein? Er zou volgens mij veel meer aandacht moeten worden besteed aan deze dorst naar kennis.

10 Minuten Jeugdjournaal

Momenteel is er in Suriname maar één programma dat de nieuwsbehoefte van kinderen enigszins bevredigt, namelijk het jeugdjournaal ‘10 Minuten Jeugd’. Dat is een programma dat dagelijks prime time wordt uitgezonden op de grootste landelijke zender, STVS. Elke dag om zeven uur ’s avonds zitten de meeste kinderen voor de buis, en anders wel om half acht voor de herhaling op ABC. Ook wordt het Surinaamse Jeugdjournaal in Nederland op de Amsterdamse zender AT5 uitgezonden. Daar loopt het echter niet gelijk met het Surinaamse jeugdjournaal. Op de website van AT5 staan de uitzendingen van 2007 nog als meest recent.

‘10 Minuten Jeugd’ is vier jaar geleden opgezet door Kids News Network (KNN) van Free Voice, een Nederlandse organisatie die over de hele wereld jeugdjournaals opstart. Er zijn, naast Suriname, inmiddels al jeugdjournaals in Peru, Afghanistan, Zuid Afrika, Indonesie en Zambia. Het Nederlandse NOS jeugdjournaal wordt daar als voorbeeld gebruikt, maar zeker niet als ‘gouden formule’. Volgens Ole Chavannes, programma-manager van KNN, hebben jeugdjournaals een heel duidelijk doel. “Ze zijn belangrijk voor de ontwikkeling en democratisering van een land. Een vrije, pluriforme en kwalitatieve media spelen een grote rol bij deze ontwikkeling.” KNN doet er van alles aan om te zorgen dat het Jeugdjournaal in deze landen alle kinderen bereikt en geen enkel kind uitzondert. Zo wordt het Jeugdjournaal in Zuid Afrika in zeven verschillende lokale talen uitgezonden, zodat het kijken naar dit programma niet een voorrecht is van enkel de Engelssprekende kinderen, maar ook van de kinderen van de verschillende stammen.

Afgelopen maart ben ik begonnen met mijn stage bij ‘10 Minuten Jeugd’ en wat mij opviel was de onderwerpkeuze. Ik vond die tamelijk mager. Er is namelijk maar één grote stad in het land en dat is Paramaribo. De items gaan dus bijna uitsluitend over deze stad. Een groot gemis, lijkt me. Ook de stadse onderwerpen zijn ‘klein’. Zo is een renovatie van het dak van een willekeurige basisschool al nieuws. Ook een kuil in de weg die met fikse regen direct volloopt of een meisje dat hard aan het studeren is voor haar laatste proefwerk zijn dagelijkse kost voor het Surinaamse Jeugdjournaal. Nu besef ik me uiteraard dat Paramaribo ongeveer de enige stad van het land is (de tweede stad van het land- Nickerie- is een dorp met maar één stoplicht bijvoorbeeld), maar het jeugdjournaal vergeet de bewoners van de binnenlanden. Suriname heeft namelijk relatief gezien behoorlijk wat inwoners in de binnenlanden. En ook daar zijn gebeurtenissen die aandacht verdienen. In de binnenlanden zijn bijvoorbeeld nog steeds dorpen die geen stromend water hebben en afhankelijk zijn van het regenwater om te drinken, wassen en koken. In de droge tijd halen zij hun water uit het meer, dat, stilstaand water immers, vol zit met allerhande bacteriën. Als iemand hierdoor ziek wordt, is de dichtstbijzijnde artsenpost ruim vier uur reizen. Een vliegtuig is niet te betalen. Door deze gang van zaken sterven er in het binnenland onnodig veel mensen. Voornamelijk kleine kinderen. De plaatselijke bevolking weet namelijk niet of nauwelijks dat je van het water ziek kan worden. Sommigen hebben nog nooit van bacteriën gehoord.
Als je in zo’n dorp diep in de jungle woont, is er derhalve behoefte aan kennis van buitenaf. Het ideale medium om deze kennis aan te bieden is de televisie, want die hebben de meeste arme gezinnen namelijk wel. Een auto en een televisie, maar geen water uit de kraan.
Het is zo maar een willekeurig item dat door ’10 Minuten Jeugd’ niet behandeld wordt, terwijl dit in mijn ogen wel zou moeten. Maar het is te duur, of brengt te veel logistieke problemen met zich mee. Daardoor blijven de onderwerpen vaak steken op een zeer lokaal niveau (Paramaribo) en leren de kinderen in het binnenland nauwelijks iets over zaken die in hun leven van belang zijn. Paramaribo zou moeten leren over het binnenland en andersom. Want het land is groter dan alleen je eigen woonplaats.

Nita Ramcharan is een van de bekendste journalisten in Suriname en heeft ook een aantal jaar bij ‘10 Minuten Jeugd’ gewerkt als eindredactrice. Zij herkent het probleem. “Ik vind het gebrek aan wereldgebeuren en wereldnieuws een van de zwaktepunten van het Jeugdjournaal”, zegt Ramcharan. “Suriname is geen dorp dus is er grote behoefte om het nieuws in de wereld goed uit te leggen. En vooral voor kinderen is dat heel belangrijk. Ze moeten opgroeien met een visie op de wereld. Daarvoor heb je een goed beeld nodig en moet je ze vertellen waarom iets gebeurt. De oliecrisis bijvoorbeeld, maar ook voedselschaarste, Sudan, de oorlog in Irak enzovoorts.”
De jeugdprogramma’s die nu op de Surinaamse televisie worden uitgezonden, zijn vaak voor de wat oudere kinderen, tieners. En ook deze programma’s gaan vaak uitsluitend over uitgaan, nieuwe winkels die geopend worden of een nieuwe rapgroep. Wereldnieuws past kennelijk niet in het format van een leuk Surinaams jongerenprogramma. Voor de jongere kinderen zijn er eigenlijk alleen cartoons, weet ook Ramcharan. “De kinderen worden doodgegooid met tekenfilms en allerlei importfilms. Gezien het feit dat er veel kinderen zijn en ze erg veel tv kijken, kan je veel meer met dit medium doen. Er zijn niet genoeg educatieve programma’s in Suriname waar kinderen op een spelenderwijs veel meer kunnen leren”, aldus Ramcharan. Dit beschouwend, steekt het jeugdaanbod op de Surinaamse televisie nogal schril af vergeleken bij het aanbod in Nederland. Indiase Bollywoodfilms en cartoons, meer is het eigenlijk niet.

Op Surinaamse scholen wordt de televisie niet gebruikt als middel om kennis over te brengen. Ter vergelijking, in Nederland kijken de meeste kinderen in de klas samen met hun docent naar het SchoolTV Weekjournaal. Het lijkt de ideale manier om de wens van kinderen om tv te kijken, te combineren met het overdragen van kennis. Kinderen zien iets op tv, waarop de docent met zijn leerstof kan inhaken. In Suriname gebeurt dit niet, wat als een gemis beschouwd mag worden.

In de meeste ontwikkelingslanden is tussen de 30 en 40% van de bevolking jonger dan 15 jaar. In Nederland is dat bijvoorbeeld maar 19%. De nieuwsvoorziening in deze ontwikkelingslanden is vaak niet alleen gebrekkig, maar ook totaal niet gericht op deze doelgroep. En dat terwijl kinderen van onder de vijftien een gezonde vorm van nieuwsgierigheid bezitten. Natuurlijk moet je niet te ver doorslaan. Zo ben ik het ermee eens dat kinderen voldoende mogelijkheden moeten hebben om ‘lekker kind te zijn’. Maar als ze dan toch veel televisie kijken, dan het liefst naar een programma waar ze ook nog wat van leren.

Dat het SchoolTV Weekjournaal het volgens mij goed zou doen in Suriname heeft ook te maken met het feit dat zij een programma maken dat precies inhaakt op de wensen van kinderen. Zoals ook in Valkenburg’s “Beeldschermkinderen” staat, verliezen kinderen vanaf een jaar of negen de interesse in speelgoed, en vergroten zij juist de interesse in de wereld om hen heen. Ze kunnen emoties van anderen beter begrijpen en ze zijn vooral geïnteresseerd in emoties van leeftijdsgenoten. Dat er dus altijd wel een aantal kinderen aan het woord is in het SchoolTV Weekjournaal is dus, gezien de studie van Patti Valkenburg, een gouden zet. Voor Surinaamse kinderen zal dat niet anders zijn dan voor Nederlandse kinderen.

Het is te hopen dat er een Surinaamse journalist of programmamaker opstaat die de beleidsmakers duidelijk kan maken dat er een leemte in het aanbod aan jeugdprogramma’s in Suriname is. Iemand die de geldschieters kan uitleggen dat kinderen zich met deze programma’s op een veel bredere manier kunnen ontwikkelen en dat de televisie zelfs een belangrijke, ondersteunende rol zou kunnen spelen bij het onderwijs. Simpele vragen waar kinderen in Nederland doorgaans een pasklaar antwoord op hebben. Wat is een aardbeving eigenlijk precies? Wie is de president van Amerika en waarom is hij zo belangrijk voor de rest van de wereld? Hoe ziet de Surinaamse politiek er eigenlijk uit? En mogen tienjarigen ook stemmen?

Ieder kind, ook in Suriname, heeft een gezonde hang naar feiten, nieuws en kennis. Alleen al het feit dat je kinderen laat zien dat het leven ook anders in elkaar kan zitten dan wat ze in hun dagelijkse leven meemaken, vergroot de kans dat ze gaan nadenken over hoe ze dingen zouden kunnen veranderen en of ze daar een actieve rol in kunnen spelen.

Paard van Troje

Televisie is een ideaal middel om kinderen iets bij te brengen. Kinderen kijken graag tv en zullen doorgaans geboeid luisteren naar een televisieprogramma dat hen op een leuke manier aanspreekt.
Deze Paard-van-Troje-aanpak heeft zich in Nederland inmiddels bewezen. Je biedt de kinderen iets aan dat ze leuk vinden (tv-kijken) en vergroot tegelijkertijd, zonder dat ze er zelf erg in hebben, hun kennis.
Ik denk dat er een grote behoefte vanuit de kinderen is om zo’n programma als het Nederlandse SchoolTV Weekjournaal op de Surinaamse televisie uit te zenden. Een soort nieuwsprogramma dat dagelijks aandacht besteed aan de achtergronden van het nieuws, ‘simpele’ dingen uit de politiek uitlegt en waar er ook ruimte is voor ideeën van kinderen. Want een kind heeft recht op informatie.

Bronnen:

Nita Ramcharan, Surinaams journaliste, oud-eindredacteur 10 Minuten Jeugdjournaal

Ole Chavannes, programma manager KNN, Free Voice

Hennah Draaibaar, hoofdredactrice 10 Minuten Jeugdjournaal Suriname

‘Beeldschermkinderen: theorieën over kind en media’ van Patti Valkenburg

‘The impact of television, radio and print on children’s recall and creative imagination: a review of media comparison research’ van Hans Beentjes en Juliette Walma van der Molen.

‘Television in the lives of our children’ van W. Schramm, J, Lyle en E.B. Parker uit 1961.

Interview met Patti Valkenburg in ‘Intermediair’ van 11 november 2004.

Scriptie van Caroline van der Eerden ‘Kinderradio’ Fontys Hogeschool, mei 2006